kazematten | van kazematten voorzien

wordt voornamelijk uitgeoefend op regenachtige zondagmiddagen en probeert lost feelings en afweermechanismen in kaart te brengen

Familieportret

Het is een merkwaardig jaren zeventig portret van een familie op een kobaltblauwe, afgesleten velours bank met teakhouten armleuningen. Aan de muur boven de bank hangen twee papieren kerstklokken, een rode en een witte, en een takje groen.

Vanaf de fotograaf gezien zit de vader rechts. Hij draagt een beige pak waarvan alleen de middelste knoop van het colbert dichtgeknoopt is. Het spant rond zijn buik. Zijn rechterbeen, waarop zijn rechterhand rust, is wat verder opgetrokken dan zijn linker. (Zijn tenen zijn gekromd.) Zijn linkerhand met de trouwring hangt wat verloren tussen zijn linkerknie en de armleuning van de bank. Een beetje een dood vogeltje als je er lang naar kijkt. De pijpen van zijn pantalon zijn te kort, wat waarschijnlijk komt doordat het pak gekocht is in een tijd dat zijn buik minder volumineus was. Hij heeft blauwe ogen die meewarig door een zware zwarte bril de lens in kijken. De vader is bijna geheel kaal en zijn lichtblauwe overhemd sluit te dicht onder zijn kin, wat de indruk wekt dat zijn hoofd niet bij zijn lichaam hoort. Misschien komt daar die blik wel vandaan. Je kunt je hem heel makkelijk in hele andere kleren voorstellen, of in een andere tijd, alsof hij per ongeluk op die bank met die mensen terecht gekomen is.

Naast hem zit een schriel jongetje van een jaar of 11. Hij draagt een eigeel overhemd met een typisch jaren zeventig puntkraag en een donkerbruine terlenka broek met vouw. Op zijn neus een replica van zijn vaders bril, die zijn ogen veel te groot maken. Hij heeft op zijn minst brillenglazen +6. Zijn pony weigert recht naar beneden te groeien en heeft een beetje een afwijking naar links. Zijn kastanjebruine haren wijzen zo als het ware naar de vader toe, als om verwantschap te suggereren. De jongen ziet bleek en glimlacht nogal onnozel in de camera. Misschien is hij ziek.

Dan zijn zusje, hooguit 6, klein en mollig en voorovergebogen op haar plaats om ruimte te maken voor - en te bewaren tot - de volwassen vrouw naast haar. Ze is de enige op de foto die wegkijkt van de fotograaf. Ze draagt een donkerrood fluwelen jurkje afgezet met een rond wit kraagje en daaronder een zandkleurige maillot. Ze heeft een rond pagekopje en een mopsneusje en houdt twee mollige handjes tussen haar knieën, met de vingertoppen tegen elkaar aan (ellebogen op haar bovenbenen). Ze loenst een beetje en op haar kin zit een kapot gekrabde muggenbult. Aan dit kind is de foto niet besteed, ze denkt ergens anders aan, of aan niets.

Half achter het zusje zit wat wel de moeder moet zijn. Ze buigt zich over het meisje als om bescherming te bieden, of om haar vast te houden en te dwingen te blijven zitten; haar handen gaan schuil achter het fluwelen jurkje van het kind. De moeder is niet prettig om naar te kijken. Ze heeft een leeftijdsloos strakgetrokken gezicht zonder glimlach. Om haar hals draagt ze een groen sjaaltje met witte en blauwe noppen. Haar benen liggen schuin opzij kuis tegen elkaar aan, en zijn gestoken in een blauwe panty met een te hoekig motief om bij het sjaaltje te passen. Verder draagt ze een blauwe rok tot net boven de eigenlijk toch wel hoekige knieën (vandaar de panty?) en een dun wit vestje. Ze is mager maar heeft, doordat ze haar hoofd verkrampt houdt, een onderkin die er in het echte leven ongetwijfeld niet is. Ze is van het 'streng maar rechtvaardig' soort; ze heeft altijd gelijk en haar rug is recht, om het goede voorbeeld te geven. In tegenstelling tot de ongenaakbare indruk die ze maakt is haar een beetje openstaande, bijna wellustig te noemen, mond.

Achter de bank staan nog drie kinderen. Een jongen en een meisje van ongeveer 13 die allebei met hun kruinen tot net onder het op de muur gespande houten latje komen dat de scheiding tussen twee verschillende behangsoorten markeert, en hun oudere broer. De jongen en het meisje zouden wel eens een tweeling kunnen zijn, ondanks – of juist door - de uiterlijke verschillen. (Hij is donker, zij blond; hij dun, zij dik; hij zonder bril, zij met.) Ze lachen breeduit. Van de jongen vallen zijn ogen op, lichtblauw en intens. Het meisje ziet er jongensachtig uit en nogal ondeugend. Ze kan elk moment in beweging komen en iets onverwachts gaan doen.

Naast haar staat hun veel te lange oudste broer, recht achter zijn vader. Hij moet de reden geweest zijn dat van de bankzitters de voeten niet zijn afgebeeld, alsof de fotograaf het beeld heeft afgesteld op zijn lengte. Hij ziet er niet uit alsof het hem kan schelen dat hij zo lang is, al heeft hij een lichte afwijking naar rechts en staat hij zodoende een beetje scheef richting rechts beneden. Lachend kijkt hij in de lens, hoewel ook wat wanhopig vanwege de net doorgebroken puist op zijn lip.

De vader is de enige op deze foto die in de gaten heeft dat er iets niet klopt. Hij had liever op een zwart-wit foto gestaan, dertig jaar eerder. Verder natuurlijk het jongste zusje. Zij is het minst gedateerd en vindt het vanzelfsprekend bij de familie te horen. Van de rest is moeilijk te zeggen wat ze denken van de familie.